Ton de Bruijn (21) werkt in een bakkerij in Zaandam.  Eind juni 1943 gaat hij met een vriend op weg naar Engeland. In de buurt van Zwitserland worden ze door de Gestapo opgepakt. Na een gevangenisstraf van 9 maanden worden ze op transport gezet naar Dachau. Ton wordt 5 maanden later overgeplaatst naar Buchenwald en daarna naar Ohrdruf, waar hij bunkers moet helpen bouwen. Als de Amerikanen het kamp naderen,  wordt Ton afgevoerd naar Theresienstadt. Hij overleeft de ‘dodenmars’ doordat  een Russische medegevangene  hem enkele kilometers op zijn rug draagt. Op 8 mei worden ze door een Russische eenheid bevrijd.