Welkom

Wie of wat zijn Engelandvaarders?

In juli 1940 ontsnapten drie Nederlanders vanuit bezet Nederland en staken met een twaalfvoetsjol de Noordzee over naar Engeland. Zij werden uiteraard Engelandvaarders genoemd. Na hen zagen nog meer Nederlanders kans Engeland te bereiken, niet alleen rechtsreeks varend of door de lucht, maar ook over land, via neutrale landen als Zwitserland, Portugal, Spanje en Zweden (zie verder onder routes)

‘Engelandvaarder’ werd de erenaam voor alle mannen en vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945), na de capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten en vóór de geallieerde invasie in Normandië op 6 juni 1944 (D-day) uit bezet gebied wisten te ontsnappen met de bedoeling zich in Engeland of ander geallieerd gebied bij de geallieerde strijdkrachten aan te sluiten om actief aan de strijd tegen de vijand (Duitsland, Italië, Japan) deel te nemen.

Ruim 1700 Nederlandse mannen en vrouwen zijn, na vele moeilijkheden te hebben overwonnen, in Engeland of ander geallieerd gebied aangekomen. Een groot aantal mannen en vrouwen is echter op weg naar Engeland omgekomen of werd gearresteerd. Enkelen werden gefusilleerd, de meeste werden naar een concentratiekamp afgevoerd. Velen vonden in een kamp de dood, slechts enkelen keerden na de bevrijding uit gevangenschap terug naar Nederland. Al deze mannen en vrouwen worden als Engelandvaarder aangeduid (zie verder onder Mislukte ontsnappingen).

Onze activiteiten worden mede mogelijk gemaakt door het V-fonds met middelen uit de BankGiro Loterij en Lotto. Uw deelname aan deze loterijen wordt daarom van harte aanbevolen.

Waarom wilden zij naar Engeland?

De motieven die Engelandvaarders ertoe brachten de gevaarlijke tocht te ondernemen liepen zeer uiteen. Vaderlandsliefde en trouw aan het koningshuis speelden een grote rol, maar gingen vaak samen met vrijheidsdrang . Denk bijvoorbeeld aan verzetsmensen, die vanwege hun illegale activiteiten gezocht werden. Liever dan onder te duiken, gingen zij naar Engeland om van daaruit de strijd te kunnen voortzetten. Ook zucht naar avontuur, het verlangen aan de benauwde bezettingssfeer te ontsnappen, speelde mee.

Naast deze persoonlijke motieven hebben bepaalde dwangmaatregelen van de bezetter als ‘pushfactor’ gewerkt en het vertrek bevorderd of mede bepaald. Dit gold met name voor de jodendeportaties, waarmee in de zomer van 1942 werd begonnen en de maatregelen rond de ‘Arbeitseinsatz’, waardoor in 1943 en 1944 duizenden Nederlanders gedwongen in Duitsland moesten gaan werken. Veel dwangarbeiders die in Zuid-Duitsland, Oostenrijk of Frankrijk te werk waren gesteld, hebben kans gezien om vanuit hun werkkamp te ontsnappen en neutraal gebied (Zwitserland of Spanje) te bereiken.

Literatuur

Dessing (Agnes), Tulpen voor Wilhelmina. De geschiedenis van de Engelandvaarders. Amsterdam, 2004 (proefschrift UvA). http://dare.uva.nl/record/124863

Dessing (Agnes), De grote oversteek: Engelandvaart over de Noordzee. In: G. Aalders e.a. (red.), Zevende jaarboek van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Zutphen, 1996, p.67-89

Bruin (J.) & J. van der Werff, Vrijheid achter de horizon: Engelandvaart over de Noordzee 1940-1945. Houten, 1998.

Jong (L. de), Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 9: Londen. Den Haag, 1979. Hierin vooral hoofdstuk 7 ‘Hulp aan Engelandvaarders en Joodse vluchtelingen’.

Plantinga (Sierk), Joseph Willem Kolkman (1896-1944) en de Engelandvaarders. De hulp aan Nederlandse vluchtelingen in Vichy-Frankrijk. In: Negende jaarboek van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Zutphen, 1998, p.10-36.

G.J. Staal, De Nederlandse vluchtelingen in Zwitserland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een overzicht. Zeist, 1998.

Yap (Ruud), ‘En verder hoorden we niets?’. Nederlandse geinterneerden van het Spaanse concentratiekamp Miranda de Ebro 1940-1944. Doctoraalscriptie Nieuwste Geschiedenis VU Amsterdam, 2004.

Links

Nationaal archief

Het nationaal geheugen van Nederland. Bewaart de archieven van de centrale overheid, de provincie Zuid-Holland en het voormalige gewest Holland.

Oorlogsmonumenten

Actueel overzicht van meer dan 3000 oorlogsmonumenten en 1000 herdenkingen … Hier vindt u informatie over oorlogsmonumenten en herdenkingen in Nederland.

Oorlogsgravenstichting OGS

De Oorlogsgavenstichting met informatie over taken en doelstellingen, erevelden, service en het slachtofferregister met Nederlandse Oorlogsslachtoffers.

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie

Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie fungeert als hèt centrum in Nederland voor de kennis en de bestudering van Nederland (inclusief Nederlands-Indië) en de Tweede Wereldoorlog.

Veteranenplatform

Het Veteranen Platform stelt zich ten doel in een voortdurende dialoog met overheid en samenleving de maatschappelijke erkenning in de ruimste zin des woords van alle Nederlandse veteranen van verschillende strijdtonelen en vredesmissies op materieel en immaterieel gebied te bevorderen.

 

Stichting 1940-1945

De Stichting 1940-1945 verleent diensten aan verzetsdeelnemers, vervolgingsslachtoffers en burger-oorlogsgetroffenen uit de jaren 1940-1945 en aan hun nabestaanden.

Foto van het Genootschap Engelandvaarders vaandel en reünie (2018)

Routes

Engelandvaart per oorlogsjaar

Voor alle routes geldt, dat de Engelandvaart pas in 1941 goed op gang kwam. Wat betreft de Noordzeeroute was 1941 het topjaar. In 1942 en 1943 waren vooral de twee andere routes in trek. In 1944 nam het aantal vertrekkende Engelandvaarders af om in 1945 geheel tot stilstand te komen. In deze twee laatste oorlogsjaren konden grote groepen Engelandvaarders, die onderweg in Zweden, Spanje of Zwitserland waren blijven steken, eindelijk naar Engeland doorreizen.

Routes

Zowel de uitvalswegen over land als die over het water werden na mei 1940 vrijwel direct door de bezetter afgesloten en onder strenge controle geplaatst. Wie desondanks het land uit wilde, moest inventief zijn en de mazen in het net opsporen. Men had de keuze uit drie ontsnappingswegen: met een bootje de Noordzee oversteken, aanmonsteren op een kustvaarder en drossen in het neutrale Zweden of via België, Frankrijk en eventueel Zwitserland naar het neutrale Spanje en Portugal zien te komen. Van daaruit kon men dan per boot of vliegtuig door naar Engeland

De weg over de Noordzee was het kortste en leek daarom aantrekkelijk. Maar ontsnappen via deze route was uiterst moeilijk en gevaarlijk, zeker nadat de bezetter in 1942 was begonnen was met de aanleg van de Atlantikwall en de kust tot verboden gebied werd verklaard. De weg via Zweden werd al snel door Duitse maatregelen voor niet-zeevarenden afgesloten. De Zuidelijke route was ook gevaarlijk vanwege zijn lengte en vanwege de vele grenzen die men onderweg clandestien moest overschrijden. Men kon zijn toevlucht nemen tot zgn. escapelijnen, maar het was moeilijk met dergelijke organisaties in contact te komen, zodat men overwegend ‘op de bonnefooi’ vertrokken is. Ondanks deze problemen zijn de meeste Engelandvaarders via deze Zuidelijke route in Engeland gearriveerd.

Overigens was er vaak geen sprake van een bewuste keuze: welke weg men nam werd vaak door het toeval bepaald en wie zich gedwongen zag om te vertrekken, greep elke vluchtmogelijkheid aan.

Noordzeeroute

Slechts een klein deel van de Engelandvaarders (ongeveer 10%) heeft Engeland via de Noordzee bereikt. Voor zover bekend zijn vanaf de Nederlandse kust in totaal 136 pogingen tot Engelandvaart gedaan, waarvan slechts 23% is geslaagd. De meeste pogingen vonden plaats in 1941 toen de Nederlandse kust nog enigszins bereikbaar was. Onder degenen die langs deze weg zijn aangekomen bevinden zich ook enkele Nederlanders die (in 1942) aanmonsterden op een vissersboot (of zich als verstekeling aan boord verborgen), op zee het commando overnamen en met schip en al naar Engeland ontsnapten.

In mei 1941 werden twee geslaagde pogingen ondernomen om met een vliegtuig naar Engeland over te steken: eerst ontsnapten twee Nederlanders in een gestolen G1, kort daarna deden nog eens vier Nederlanders hetzelfde in een gestolen Fokker watervliegtuig.

Zuidelijke route

Engelandvaarders die de Zuidelijke route kozen (dat deed zo’n 58%) hebben er gemiddeld 1 jaar en 3 maanden over gedaan om Engeland te bereiken. Dit had te maken met het grote aantal kilometers dat moest worden afgelegd, maar het kwam ook doordat Engelandvaarders onderweg langdurig in gevangenissen en interneringskampen belandden of lang op papieren moesten wachten, waarmee zij verder konden reizen. Een van de bottle-necks was onbezet-Frankrijk, ook wel Vichy-Frankrijk genoemd, dat in naam onafhankelijk maar in feite een marionet van Hitler-Duitsland was. Aanvankelijk was het mogelijk om zowel vanuit Vichy-Frankrijk als Zwitserland legaal naar Spanje door te reizen (en vandaar naar Engeland). Sommige Nederlandse diplomatieke vertegenwoordigers, die nog in het buitenland aanwezig waren hebben hun uiterste best gedaan om Engelandvaarders op doorreis bij te staan. In november 1942 werd echter ook Vichy-Frankrijk door de Duitsers bezet en bleef er slechts één weg naar Engeland open: clandestien de Pyreneeën over, naar Spanje.

Neutrale landen als Zwitserland, Spanje en Portugal moesten – om hun onafhankelijkheid te behouden – laveren tussen de eisen van Nazi-Duitsland en de geallieerden. Vooral in de eerste oorlogsjaren, toen Duitsland nog aan de winnende hand was, resulteerde dit in een hard optreden tegen Engelandvaarders. Zo werden Engelandvaarders in Spanje opgesloten in gevangenissen of het interneringskamp Miranda de Ebro. Waren zij daaruit eindelijk bevrijd dan volgde vaak nog een lange wachttijd in Madrid, omdat het Franco-regime weigerde om doorreisvisa te verstrekken aan mannen in de dienstplichtige leeftijd.

Scandinavische route

Zo’n 31% van de Engelandvaarders ontsnapte via Zweden. Het waren voornamelijk zeelieden en ook wel niet-zeevarenden die op kustvaarders aanmonsterden met het vooropgezette plan om in het neutrale Zweden van het schip weg te lopen. Net als via de Zuidelijke route moesten Engelandvaarders ook hier lang wachten, tot zij naar Engeland konden doorreizen. Die passage kon namelijk alleen per (post)vliegtuig gebeuren en per vlucht konden slechts enkele Engelandvaarders mee. De vrijwilligers moesten zich intussen nuttig maken, door in de Zweedse bossen hout te hakken. Pas in 1944 kwam er – in de vorm van Amerikaanse bommenwerpers – voldoende vervoerscapaciteit beschikbaar om de Engelandvaarders uit Zweden naar Engeland te transporteren.

In Engeland

De verhoren

Na aankomst in Engeland werden Engelandvaarders door de Britse en Nederlandse veiligheidsdienst verhoord om te kijken of zij ‘te goeder trouw waren’ en om eventuele Duitse spionnen onder hen te ontmaskeren. Die ondervragingen vonden plaats in een oud schoolgebouw in Londen, de Patriotic School.

Wanneer hun politieke betrouwbaarheid was vastgesteld werden Engelandvaarders ook nog eens door ambtenaren van de ministeries in Londen het hemd van het lijf gevraagd. Hun vragen gingen over de toestand in bezet Nederland: de prijs van levensmiddelen, waar de Duitse troepen gestationeerd waren, de stemming onder de bevolking, wie er in Nederland met de bezetter samenwerkte etc. Die laatste soort inlichtingen vormden mede de basis voor de naoorlogse berechting van Nederlandse collaborateurs.

Doordat Engelandvaarders zo lang onderweg waren was hun informatie niet erg recent. Ook was zij soms onjuist en gefragmenteerd. Vanaf 1942 waren Engelandvaarders bovendien niet de enige bron van informatie: verzetsgroepen in Nederland stuurden via ondergrondse kanalen enorm veel recente berichten naar Londen.

Koningin Wilhelmina

Koningin Wilhelmina bewonderde Engelandvaarders om hun daadkracht en beschouwde hen als afgezanten van haar volk, dat onder de bezetting moest lijden. Zij heeft Engelandvaarders na aankomst zoveel mogelijk persoonlijk ontvangen in haar huis in Maidenhead of in Londen, waar zij kantoor hield. Deze audiënties gaven haar informatie over de toestand in bezet Nederland, waar zij in ballingschap grote behoefte aan had. Tegelijk stelde de ontmoetingen met Engelandvaarders haar in staat om in met ‘gewone’ onderdanen in contact te komen, iets wat voor de oorlog door het strenge hofceremonieel niet of nauwelijks mogelijk was geweest. Bij deze gelegenheden schonk de koningin zelf thee, waarna zij met elke gast afzonderlijk sprak over zijn of haar tocht naar Engeland en over de toestand ‘thuis’. Op menig Engelandvaarder heeft dit bezoek aan de koningin diepe indruk gemaakt.

Behalve door hen op de thee te vragen, bracht de koningin haar waardering voor Engelandvaarders tot uitdrukking door hen bepaalde onderscheidingen toe te kennen: het Bronzen Kruis voor degenen die de Noordzee overstaken (dit tot eind 1941) en voor de overigen het Kruis van Verdienste.

Engelandvaarders krijgen op 5 september 1944 in Maidenhead door Koningin Wilhelmina het Kruis van Verdienste uitgereikt

Oranjehaven

Oranjehaven was een clubgebouw voor Engelandvaarders dat op initiatief van koningin Wilhelmina op 2 juni 1942 werd geopend aan het adres Hyde Park 23 te Londen.

Deze gedenkplaat in de gevel van Oranjehaven werd op 14 juli 1977 in aanwezigheid van een delegatie Engelandvaarders onthuld door de Nederlandse ambassadeur in Groot-Brittannië.

Oorlogsinzet

De meeste Engelandvaarders werden militair en dienden bij een van de Nederlandse krijgsmachtdelen: 20% bij de marine, 19% bij de landmacht en 15% bij de luchtmacht, die toen nog geen afzonderlijk wapen vormde. Kleinere groepen kwamen bij de Koopvaardij en het KNIL. Opvallend is de grote bijdrage die Engelandvaarders als geheim agent leverden: van de ca.180 Nederlandse agenten die vanuit Engeland een opdracht in bezet Nederland hebben vervuld was meer dan de helft Engelandvaarder. Een groot aantal agenten werd gearresteerd en in Duitse concentratiekampen vermoord. Het aantal Engelandvaarders dat in dienst van landmacht, luchtmacht of marine is gesneuveld bedraagt 115.

Een klein deel van de Engelandvaarders (voornamelijk vrouwen en degenen die van militaire dienst waren vrijgesteld of afgekeurd) was in een burgerbetrekking ingeschakeld voor de oorlogvoering. Dit betrof werk in de journalistiek of in de administratieve sfeer. Ook werden enkele vrouwelijke Engelandvaarders actief in paramilitair verband (het in 1943 opgerichte Vrouwen Hulpkorps).

Mislukte ontsnappingen

Mislukte ontsnappingen

Er zijn Nederlanders geweest die een poging deden om naar Engeland te gaan, maar niet zijn aangekomen. Om hoeveel mensen het gaat is niet meer precies na te gaan, omdat hun pogingen – vanzelfsprekend – in het geheim plaatsvonden en doordat velen tijdens of als gevolg van hun Engelandvaart het leven verloren. Pogingen via de Noordzee liepen vaak al spaak tijdens de voorbereiding, verder door mankementen aan de boot en door slecht weer. Bij de Zuidelijke route waren het gebrek aan geld en goede contacten, ziekte of onvoldoende beheersing van vreemde talen waardoor Engelandvaarders zich genoodzaakt zagen om naar Nederland terug te keren. Naar gelang hun verdere lotgevallen kunnen wij drie groepen van ‘gestrande Engelandvaarders’ onderscheiden: degenen voor wie de mislukte poging zonder verdere gevolgen bleef, degenen die tijdens of als gevolg van hun mislukte poging werden gearresteerd en degenen die onderweg verdwenen: de vermisten.

Gearresteerd

De bestraffing van zowel in Nederland als in het buitenland gearresteerde Engelandvaarders was aanvankelijk vrij gematigd. Al snel trad de bezetter echter hard op tegen ieder, die bij een poging tot Engelandvaarder werd gegrepen. Hoe hoog de straf uitviel, hing sterk af van datgene wat de Engelandvaarders ten laste werd gelegd. Luidde de aanklacht slechts ‘ongeoorloofde grensovertreding’, dan bleef het meestal bij een paar jaar gevangenisstraf; was de aanklacht ‘Feindbegünstigung’ (het bevoordelen van de vijand, namelijk Engeland), dan eindigde het vaak met tuchthuisstraf of zelfs de doodstraf. Joodse Engelandvaarders, die gegrepen waren, kwamen niet eens voor een rechter; zij werden direct naar een concentratiekamp gestuurd. Vanaf 1943 gebeurde dat ook meer en meer bij niet-joodse Engelandvaarders.

Vermist

Van de groep vermiste Engelandvaarders is een deel vermoedelijk in de Noordzee verdronken. Anderen zijn ergens langs de Zuidelijke route verdwenen, werden wellicht gearresteerd of zijn in de Pyreneën verdwaald en omgekomen.

Hommage

Erepaneel

Op 10 mei 1944 onthulde koningin Wilhelmina in Oranjehaven een eenvoudig, houten gedenkbord ‘ter herinnering aan de Engelandvaarders die hun leven lieten voor Koningin en Vaderland’. Na de oorlog kwam het wandbord naar Nederland en werd het door de vorstin overgedragen aan de Oorlogsgravenstichting. In de jaren na de bevrijding waren meer namen van omgekomen Engelandvaarders bekend geworden en werden twee panelen aan het oorspronkelijke wandbord toegevoegd.

Dit drieluik kreeg een plaats in de kapel op de Erebegraafplaats Loenen, die op 18 oktober 1949 door prinses Wilhelmina werd geopend. Inmiddels is het drieluik uitgegroeid tot een vijfluik. Het bevat 316 namen van omgekomen Engelandvaarders. Van hen stierven er 201 tijdens de tocht naar Engeland (‘op weg naar de vrijheid’); de overige 115 zijn na aankomst (‘te bestemder plaatse’) in dienst van de strijdkrachten gesneuveld.

Plaquettes

Op 6 april 1979 werd in de Nieuwe Kerk te Delft, de laatste rustplaats der Oranjes, op initiatief van het Genootschap Engelandvaarders een gedenkplaat aan koningin Wilhelmina onthuld. In bijzijn van H.M. koningin Juliana en Z.K.H. Prins Bernhard sprak de toenmalige voorzitter van het Genootschap ondermeer: ‘Twee andere plaquettes zijn door u (koningin Juliana) geplaatst met dezelfde woorden erop. Eén onder het grote raam in de Nederlandse kerk, Austin Friars (Londen), dat de figuur van H.M. Wilhelmina weergeeft, temidden van het oorlogsgebeuren, de tweede hangt in de kapel van het Ereveld van Loenen. Deze plaquette (in de Nieuwe Kerk) zal de laatste zijn. De tekst op de plaquette luidt:

‘IN DANKBARE HERINNERING

 AAN HARE MAJESTEIT KONINGIN WILHELMINA

 MOEDER DER ENGELANDVAARDERS’.

Genootschap

Geschiedenis

De Stichting Genootschap Engelandvaarders werd opgericht in 1969. Het stelde zich ten doel het onderling contact tussen Engelandvaarders te bewaren, charitatieve en andere steun te verlenen aan Engelandvaarders en hun maatschappelijke belangen te behartigen.

De belangenbehartiging spitste zich na 1978 toe op hulp aan Engelandvaarders, die meenden in aanmerking te komen voor een buitengewoon pensioen (voor verzetsdeelnemers). In dat jaar, 1978 was namelijk bepaald dat onder bepaalde voorwaarden ook Engelandvaarders recht hadden op een uitkering volgens de Wet Buitengewoon Pensioen (WBP).

Het Genootschap organiseerde landelijke reunies, die in het verleden dikwijls werden bijgewoond door de Beschermheer van het Genootschap, wijlen Prins Bernhard.

Voorzitters:

1969-1979 H.P.Linthorst Homan

1979-1981 M.S. Kamminga

1981-1987 F.Th.Dijckmeester

1987 – 2018 R.W. Hemmes

Bestuur

Het Genootschap Engelandvaarders is na haar 50 jaar heeft bestaan en eind 2018 opgeheven

De Schakel

De Schakel is het in 1979 opgerichte kwartaalblad van de Stichting Genootschap Engelandvaarders. Het bevat vele persoonlijke verhalen van Engelandvaarders en is voor hen, van wie er velen in het buitenland wonen, een prima manier om contact te houden. Het blad is uitsluitend bestemd voor Engelandvaarders en officiële instanties.

Embleem

De kroon en schakelketting in dit embleem van het Genootschap Engelandvaarders zijn een verwijzing naar de sterke band tussen koningin Wilhelmina en Engelandvaarders.

Wilhelmina zag Engelandvaarders als de schakel tussen haarzelf en het Nederlandse volk. Het deed de vorstin veel verdriet dat zij – door haar uitwijken naar Engeland in mei 1940 – van het volk gescheiden was geraakt.

Door de komst van Engelandvaarders kon zij het contact met haar onderdanen herstellen en voeling houden met wat er onder de mensen in Nederland leefde.