André Hissink – ‘Das ist für Rotterdam, Schweinhunde!’

 

André Louis Armand Hissink (1919, Batavia) is bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog derdejaars student rechten aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij woont in de domstad, maar is vanwege de mobilisatie sinds oktober 1939 als dienstplichtig militair gestationeerd in Soesterberg, later in Rotterdam. Daar vecht hij op 10 mei 1940 tegen Duitse troepen. Tijdens het luchtbombardement op de havenstad gaat hij, samen met vele anderen, schuilen in de nog niet voltooide Maastunnel. De verwoesting van de stad neemt hij de Duitsers zeer kwalijk, hij neemt zich voor het hun betaald te zetten. Na de overgave rent, loopt en lift hij met twee maten, Bill Hamilton of Silverton Hill en Jan Wildeman, naar Hoek van Holland. Daar slagen ze erin aan boord te gaan van een Britse mijnenveger, de ‘HMS Keith’. Een maand wordt de ‘Keith’ tijdens de evacuatie van het Britse expeditieleger in Duinkerken tot zinken gebracht.

 

Na aankomst in Engeland meldt André zich met Bill en Jan bij de Marine Luchtvaartdienst (MLD), die inmiddels eveneens is uitgeweken naar Engeland. Ze worden opgenomen in een contingent aspirant-vliegers van de Luchtstrijdkrachten (LSK) en via Zuid-Afrika naar het marinevliegkamp Morokrembangan te Soerabaja (Nederlandsch-Indië) gebracht. Daar wordt André opgeleid tot officier-vlieger/waarnemer van de Marine Luchtvaartdienst (MLD).

 

Als in december 1941 Japanse troepen Nederlands-Indië binnenvallen maakt de dan 22-jarige André drie oorlogsvluchten. Tijdens de invasie van Java door Japanse troepen in februari 1942 wordt de MLD-vliegschool naar Australië geëvacueerd en vervolgens naar de Verenigde Staten, waar in Jackson (Mississippi) de Royal Netherlands Military Flying School (RNMFS) wordt opgericht. André voltooit er, samen met honderden andere Nederlanders, zijn opleiding tot vlieger/waarnemer.

 

Begin 1943 wordt hij overgeplaatst naar Engeland. Daar wordt hij bommenrichter/navigator bij het Nederlandse 320  squadron binnen de RAF. Aanvankelijk voert het ‘320’ vanuit Zuid-Engeland oorlogsmissies uit boven Frankrijk, België, Nederland, de Noordzee en uiteindelijk ook Duitsland. ‘Toen ik mijn bommen voor het eerst op een Duits doel richtte, riep ik over de open microfoon: ‘Das ist für Rotterdam, Schweinhunde!’, vertelde hij later.

 

Het squadron lijdt zware verliezen van bemanningen en vliegtuigen, André verliest veel van zijn maten. Zelf moet hij met de drie andere  bemanningsleden op 27 december 1944 bij een aanval op Duitse troepen in de Belgische Ardennen zijn vliegtuig per parachute verlaten. Hierbij verloor een van de schutters, Joop Jillings, zijn leven. In totaal maakte hij 69 oorlogsvluchten met dit squadron.

 

Na de oorlog werkt hij twee-en-een-half jaar voor de KLM als flight-planning & operations-officer in Zwitserland. Daarna werkt hij acht jaar in Nieuw-Zeeland als navigation & mapping-officer, gevolgd door ongeveer vier jaar in Vancouver als operations-officer bij Canadian Pacific Airlines (CPA). In het Canadese Montreal zet hij zijn carrière voort bij de International Civil Aviation Organization (ICAO), een organisatie van de Verenigde  Naties belast met de ordelijke en veilige uitvoering en verdere ontwikkeling van de burgerluchtvaart.

 

Hij is tot aan haar overlijden in 2007 getrouwd geweest met de Engelse Janet Russell, die hij in 1940 in Engeland had leren kennen. Janet volgde André  naar Nederlands-Indië, waar ze in 1941 trouwden. Samen kregen ze drie kinderen: John (Jackson, Mississippi), Linda (Woking, Engeland) en Elisabeth (Zürich, Zwitserland).

 

Sinds 1993 woont André in Ontario, Canada. Hij komt nog bijna elk jaar naar Nederland om een of andere herdenking bij te wonen.

 

Bill Hamilton werd piloot en verloor op 7 juni 1944  boven Normandië zijn leven. Jan Wildeman overleefde de oorlog en overleed enkele jaren geleden in Amsterdam.