Student Koos Lips (22) ziet in Den Haag hoe een Duitse soldaat een fietser een pak slaag geeft omdat die naar zijn mening ‘niet genoeg rechts hield in het verkeer, zodat zijn auto niet vlug genoeg kon doorrijden’. Koos is zo boos dat hij naar Engeland wil om zich daar aan te sluiten bij het Nederlandse leger.

‘Ik schreef een brief aan vader en moeder waarin ik mijn onderneming motiveerde en tegelijkertijd afscheid nam. Deze brief verborg ik achter het portret van koningin Wilhelmina, dat in de gang hing. Verder schreef ik een kort briefje: ‘Kijk achter het portret van de Koningin’. Op de bewuste ochtend, 12 december 1941, ging ik om 7 uur per fiets de deur uit.’

Met zijn vrienden Leo Akkermans en Stanny van Waesberghe bereikt hij onder veel problemen Spanje. Maar daar worden ze door de Spaanse politie gearresteerd en naar een kamp gebracht. Pas in de loop van 1943 komt Koos vrij. Op 29 augustus arriveert hij in Engeland. Daar neemt hij dienst bij de Prinses Irene Brigade.

Op 16 augustus raakt Koos in Normandië tijdens een gevecht met Duitsers gewond. Na een week in een hospitaal trekt hij met de brigade verder richting de Nederlandse grens.