trois jeunes filles
Je bent hier:

“Trois jeunes filles” (deel 2)

SS Nyassa

Door Pepijn Lucker 

“Dit is de geschiedenis van “trois jeune filles” die alles op alles gezet hebben om naar Engeland te komen. Het was op een woensdagavond zes Augustus ’42 dat Babs en ik besloten weg te gaan.” 

Zo begint het relaas van de joodse zusjes Edith Carla en Beatrice ‘Babs’ Musaph, die samen met Rachel ‘Tox’ Waterman uit Nederland vertrokken waren op weg naar Engeland. Het eerste deel van hun reis door bezet Europa is beschreven in een eerder verschenen artikel.1 Het verslag eindigt met de aankomst, na het overwinnen van vele tegenslagen, in Madrid, waar ze zich ter beschikking hadden gesteld van de Nederlandse regering.

SS Nyassa 

De drie vrouwen hadden alle ellende die ze hadden meegemaakt doorstaan in de hoop dat “onze beloning zal zijn dat we mee kunnen helpen in den grooten strijd voor de eindoverwinning”. De Nederlandse vertegenwoordigers in Spanje bleken dat echter anders te zien. Ze werden eind november 1942 doorgestuurd naar Lissabon, waar ze een paar dagen in een pension werden ondergebracht. Daar werden ze, zoals Babs later beschreef, door de Consul-Generaal, baron van Harinxma thoe Slooten, “voor het voldongen feit geplaatst … naar Suriname te vertrekken”. En niet alleen dat, ze moesten een schuldbekentenis tekenen voor de gemaakte reis- en verblijfskosten. Bij elkaar een bedrag van circa $460 per persoon. 2

Op 5 december gingen ze aan boord van het Portugese stoomschip Nyassa dat die dag uitliep met bestemming Paramaribo. Aan boord waren onder andere ruim honderd, voornamelijk Joodse, vluchtelingen uit bezet Nederland.3

In Suriname 

De Nyassa kwam op 24 december 1942 aan in de haven van Paramaribo. Niet de bestemming waar de drie vrouwen op hadden gehoopt, maar ze hadden geen keus gehad. En eenmaal in Suriname dienden ze zich meteen in verbinding te stellen met het Gouvernement om een nadere regeling te treffen voor de terugbetaling van de ontvangen geldelijke steun.

Al snel werden ze aan het werk gezet. Ze kregen alle drie een administratieve functie toegewezen. In ieder geval voor Rachel Waterman was dat niet nieuw. In Nederland was ze al secretaresse geweest bij het advocatenkantoor Perlstein & Roeper Bosch.

Naast hun administratieve functie namen de zusters Musaph dienst in de compagnie Vrouwelijke Hulpkrachten “van het Korps Stads- en Landwachten der Surinaamse Weermacht in de zekere verwachting actief te kunnen deelnemen aan den strijd”.4 Voorlopig zou het zover niet komen.

Het trio wordt opgesplitst 

Na een half jaar werd Tox door de Nederlandse regering opgeroepen om naar Engeland te gaan. Er was in Londen een tekort aan goede administratieve krachten en ze kreeg een functie toegewezen bij de zogenaamde “Shipping”. Ze vloog van Paramaribo naar Miami en reisde vervolgens verder naar New York, waar ze enige weken verbleef. Op 8 augustus 1943 ging ze per schip naar Liverpool waar ze negen dagen later aankwam. Eenmaal gescreend door de Britse en Nederlandse veiligheidsdiensten kwam ze eerst in dienst bij het Departement van Marine, daarna bij Koloniën.

Tox trouwde uiteindelijk (wanneer precies is onbekend) met de Engelandvaarder Joseph Enger. Na de oorlog is zij naar Victoria (Queensland, Australië) geëmigreerd, waar zij op 17 oktober 2010 is overleden.

Eindelijk ook naar Engeland

In maart 1944 werden ook Carla en Babs Musaph opgeroepen om vanuit Suriname naar Engeland te komen. In een briefje van het departement van Binnenlandse Zaken van 2 maart valt te lezen: “Op de overkomst van beide dames wordt door het Hoofd van het Bureau Inlichtingen en door mijn Departement grooten prijs gesteld, aangezien zij als steno-typisten te werk zullen worden gesteld”.5 Over Carla werd daarbij nog wel opgemerkt: “bezit technische bekwaamheid als stenotypiste doch werkt slordig, hetgeen door verandering omgeving wel veranderbaar”6.

Ook kwamen ze volgens het hoofd van de Politie Buitendienst in Londen “in aanmerking voor een onderscheiding daar zij Nederland hebben verlaten ten einde zich ten dienste te stellen van de Nederlandsche Regeering en daar zij een gevaarlijke overtocht hebben volbracht”7.

Via dezelfde route als Rachel trokken ze naar New York waar ze gedwongen waren vier maanden te wachten “daar Engeland gedurende die periode gesloten was”.8 Babs werkte vanaf 1 juni tot hun vertrek eind september voor de Netherland Shipping Inspection. Carla was er in dienst van de Nederlandse consul.

Eenmaal aangekomen in Engeland werden de zusjes Musaph als typisten tewerk gesteld bij verschillende Nederlandse departementen in Londen. Carla bij het departement van Marine. Maar veel liever wilden ze toch allebei een actievere rol spelen. Vrijwel meteen na aankomst in het Verenigd Koninkrijk traden ze daarom ook toe tot het Vrouwen Hulp Korps (VHK).

Ook in Engeland werden ze nog geconfronteerd met de schulden die ze eerder hadden opgebouwd. Een deel van hun VHK soldij werd ingehouden om deze af te betalen. Babs schreef daarom diverse brieven aan de Minister van Oorlog met een verzoek tot kwijtschelding van de openstaande schuld. Of hierop een antwoord kwam is onbekend.Wel kregen ze in deze periode door de commandante van het VHK het Kruis van Verdienste uitgereikt voor hun gevaarlijke tocht. 

Pepijn Lucker is historicus en werkt sinds 2015 bij het Nationaal Archief. Momenteel is hij als onderzoeker en projectleider betrokken bij het project Engelandvaarders. Dit is een gezamenlijk project van het Nationaal Archief, het Museum Engelandvaarders en het Netwerk Oorlogsbronnen. 

Het wordt mede mogelijk gemaakt door het Mondriaan Fonds, het publieke stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed en het ministerie van VWS. 

 

1 Zie https://www.museumengelandvaarders.nl/blog/trois-jeunes-filles/

2 Bron: Nationaal Archief, toegang 2.04.77 (Bureau Invordering), inventarisnummer 904

3 Bron: https://www.oorlogsbronnen.nl/thema/Vertrek%20van%20Nyassa%20uit%20Lissabon “De groep vluchtelingen werd geïnterneerd in het Vluchtelingentehuis in Paramaribo. Na enkele maanden tot een jaar kwamen zij daaruit en emigreerden binnen het Caraïbisch gebied of zelfs naar de Verenigde Staten.”

4 Bron: Nationaal Archief, toegang 2.04.77 (Bureau Invordering), inventarisnummer 904

5 Bron: Nationaal Archief, toegang 2.09.06 (Ministerie van Justitie Londen), inventarisnummer 12492

6 Bron: Nationaal Archief, toegang 2.04.77 (Bureau Invordering), inventarisnummer 904

7 Bron: Nationaal Archief, toegang 2.09.06 (Ministerie van Justitie Londen), inventarisnummer 12495

8 Bron: Nationaal Archief, toegang 2.04.77 (Bureau Invordering), inventarisnummer 904

9 Bron: Nationaal Archief, toegang 2.04.77 (Bureau Invordering), inventarisnummer 904

 

Babs Musaph in het uniform van het VHK